Institut du monde Arabe Paris

Obama, 2014 Oil on canvas Abdalla Omari

 

100 chefs d’oeuvre de l’art contemporain de l’art moderne et contemporain Arabe

Institut du monde Arabe Paris

nog tot 2 juli 2017

aandacht

Kunst uit de Arabische wereld is weinig gekend op uitzondering van die kunst die wordt gepromoot door de betere westerse galeries waarvan duidelijk is dat eens een kunstenaar van Arabische origine er is opgenomen in zo een top-galerie,  zijn/haar afkomst voor de gegoede kopende klasse van geen tel meer is. Voor deze expo met wervende, ronkende titel werd geput uit de collectie van de hypernerveuze sultan Al Qassemi die de private Barjeel Foundation sinds 2010 leidt in Sharjah in de Verenigde Arabische Emiraten. Het is een stichting geleid door een hype ogende sultan die trouwens zijn opleidingen genoot in Parijs. Zijn interesse gaat uit naar de kunst vanaf half de 20e eeuw en is eclectisch gaande van textiel, tekeningen, installaties en uiteraard schilderijen.

display

De expo in Parijs werd co-samengesteld door Philippe Van Cauteren (directeur SMAK) en bestaat uit twee gescheiden zwart-wit delen. Op de bovenverdieping is alles zeer traditioneel “white cube” met tal van wild walls die de vele méér als traditioneel te beschouwen kunstwerken van een drager voorzien. Het tweede deel – the back office – zit in een soort pikzwarte kelder met een alu-structuur die doet denken aan een depot – een uitleen-dienst – kortom een ruimte die de sfeer van (af) wachten, reflectie en studie suggereert alsook de idee visualiseert van zacht experiment.

De expo-technische splitsing betekent echter in geen geval een scheiding van kwaliteit, laat staan van een mogelijke scheiding op basis van de naamsbekendheid van de kunstenaars.

De titel “meesterwerken” kan niet anders dan ironisch worden opgevat; in het recente massale aanbod van tentoonstellingen is zo een titel als een wortel voor het gewilde publiek dat niet meer weet wat eerst bezocht – zeker het geval in een verlichte wereldstad zoals Parijs.

context

In goede teksten en interviews in het bijbehorende boek geeft de sultan op aandringen van Philippe Van Cauteren een aantal “exemplarische” gedachten weer. Zo is het niet zo dat deze greep uit de collectie betekent dat dit “een beeld” weergeeft van het Arabische deel van de wereld. Neen, kunstenaars behoren tot een relatief klein “verlicht” deel van de bevolking en representeren bij gevolg niet de spirit of .. de identiteit van “een” volk.

De kunst is wel een reservoir om het geheugen van een volk te vrijwaren; kunst is een middel tegen amnesia. En inderdaad bij het verbrokkelen van het Ottomaanse rijk in de jaren twintig duikt het spook van kolonialisering de kop op met alle gekende gevolgen maar met dàt voordeel dat er een uitwisseling op gang werd getrokken tussen kolonisator en gekoloniseerde via universitaire wegen van kennis-deling. De sultan ziet met de Golfoorlog en het opkomend digitaliseren van de wereldwijde communicatie een recente trendbreuk van belang waarin de wereld implodeert tot één dorp via en dankzij onze smartphones en satteliet-tv.

In deze context is het begrijpelijk dat deze fijne collectie een interessante draak is die de barsten in de wereld illustreert in kunst die op alle vlak niet meer te houden is tussen vooraf bepaalde en/of gecontroleerd getrokken lijntjes. Met andere woorden de wereld werd een “andere” plaats en daarvan is de kunst getuige én spiegel.

een subjectieve greep

Al een tijd zijn wij in de ban van de ontroerend mooie kunst van de Libanese Etel Adnan. Met heel weinig weet zij schitterende landschappen op doek te toveren die in hun zinnelijkheid aangeven dat ze zijn ontstaan vanuit een poëtische bekommernis én lofzang over en op het leven.

In Parijs hangt van haar een titelloos schilderij uit 1963-64 waarin uiterst tactiel geschilderde vlakjes ‘samentroepen’ tegen drie achterliggende, bijzonder gevoelig geverfde stroken kleur.

Het is heel merkwaardig hoe dit prachtige schilderij het midden houdt tussen abstractie, plus minus gewilde compositie en lichtjes uit de hand gelopen lyrische schilders-handeling.

Het is wat mij betreft hét topwerk op deze expo die je verder meevoert op deze expo in een wandeling tussen “extremen qua stijl”, die “onze” vadsige smaak-canons soms (aan de ogen en bijgedachten) pijn doen…

Als je de sultan leest en beluistert is de kunst die hem interesseert heel narratief en dat kan niet anders in het deel van de wereld waarin hij leeft waar conflict, ideologische en religieuze hypocrisie, censuur en exclusie heerst.

Kunst kan dan als énige uitweg een stem geven aan het “dialect van het vrije denken”. Neem het grijze werk van Asim Abu Shakra (1961-1990) met de titel “cactus” – een motief dat deze Palestijnse kunstenaar schilderde als een teken van verzet en zelfstandigheid en dat in de buurt hangt van “in onze westerse ogen” banale werken die wij” niet meteen zouden beschouwen als “meesterwerken”. Hierin zit de spiegelende valstrik van deze relatief kleine en dense expo. Bijvoorbeeld het aan Klee-insinuerend werk van Lorna Selim of de lekker ouderwets ogende keramiek van Adbul Hay Mosallam Zarara, het “decoratieve” portret van Hayv Kahraman: het zijn werken die de anekdote in zich dragen – anekdotes die soms het onderdrukte “vrije” denken een artistieke plaats weten te geven via kunst die niet schockeert met de gangbare “Arabische” schriftuur.

Het is en blijft bijzonder moeilijk om op uitzondering van de in onze galeries en musea aanwezige “grote” kunstenaarsnamen een uitspraak te doen over de meeste van de tentoongestelde werken.

Het modernisme uit de Arabische wereld kreeg sowieso heel wat invloeden vanuit Europa; één voorbeeld wens ik hier te citeren. Een klein schilderij uit 1937 van Atta Sabri – de Pa van Salam Atta Sabri (!) – getuigt van Westerse invloed en meer bepaald uit zijn studietijd in Rome.

Het landschap met zicht op het Noorden van Irak vertoont “iets” Italiaans en schemert tegelijk een zucht uit van Paul Cézanne.

Ik wil hier niet verder ingaan op de kunst van de bekenden zoals Adel Abdessemed, Kader Attia, Yto Barrada of Achraf Touloub maar wel eindigen met een sterk monumentaal werk van Abdalla Omari, een jonge Syrische kunstenaar die ik leerde kennen via Philippe Van Cauteren en die momenteel in Brussel verblijft.

Het werk “Obama” (2014) is een schitterend en tegelijk ontwapenend schilderij waarin wij “het gezicht” herkenen van de voormalige Amerikaanse president Obama, die hier afgebeeld staat in sjofele kledij.

Abdalla Omari ontdoet de macht hier van haar “afstand” en vermenselijkt die macht alsof die macht zich nu onder het volk zou bevinden – een plaats waar de macht de facto thuis hoort.

Luk Lambrecht

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*



4 + = 9