LEONE D’ORO 2018 BIENNALE VENEZIA

Meg Stuart / Damaged Goods

1.

Het ontvangen van een “Gouden Leeuw” als erkenning van een langdurig en avontuurlijk volhouden van een oeuvre dat in casu bij Meg Stuart nooit voorspelbaar is en/of wordt, is regelrecht goed ‘nieuws van belang’ voor de wereld.
Meg Stuart, afkomstig uit het swingende New Orleans werd ferm opgemerkt tijdens destijds hét dansfestival mét neus “Klapstuk” in Leuven toen ze er in 1991 aantrad met “Disfigure Study”.
Het was een intieme en tegelijk dans-ontbenende voorstelling waarin Meg Stuart de dans regisseerde “binnen” het lichaam dat ze langzaam maar chirurgisch trefzeker tot bewegen bracht in het licht van een puntgave uit-verlichting. Hierdoor verplaatste het accent zich van een in dans en ruimte opgevoerde choreografie naar een feilloze regie van gedeconstrueerde “lichaams-delen”. “Disfigure Study” was zeker voor een danspubliek een verwarrende én meer dan innoverende ervaring; de (schaarse) bezoekers met een beeldende kunst achtergrond voelden meteen de impliciete relaties met plastische kunsten.
Het onnoemelijk mooi uit elkaar halen van het lichaam dat zich “live” voor de ogen afspeelde van het publiek, deed tegelijk denken aan de schilderkunst van Caravaggio en de manier waarop hij zijn taferelen in de belangstelling schilderde via het weergaloze chiaroscuro/clair-obscur.
Deze voorstelling bracht meteen ook “een film” op gang waarin de principes van het kubisme tot en met het oeuvre van kunstenaars zoals Hans Bellmer, Louise Bourgeois en de latere Franz West scheerlings het reservoir uitglipten van de recente kunstgeschiedenis.
Een tijd daarna richtte Meg Stuart in Brussel haar gezelschap Damaged Goods op, dat tot op vandaag opereert vanuit Brussel en deels Berlijn.
Na “Disfigure Study” rijgt Meg Stuart de ene kraal na de andere tot een ketting van voorstellingen, zonder voorspelbare structuur qua vorm of kleur. Haar zonderlinge artistieke vrijheid is gebaseerd op improvisatie, zoals dat zich voordoet bij jazz-ensembles, die binnen de grenzen van een bepaald motief vrijelijk kunnen in-spelen. Het boulverserend karakter van haar voorstellingen waarin ongerijmde trillingen gekanaliseerd worden in tot de meest waanzinnig vorm gegeven decors en costumes, maakt van een voorstelling van Meg Stuart en haar gezelschap een trip.
Een trip waarin het slot van de inhoud on-geolied blijft en bij gevolg knarst en piept in de lijven van de soms geïrriteerde bezoekers.
Het oeuvre van Meg Stuart is zoals hierboven al geciteerd (ongewild) deelachtig aan het werk van wijlen Franz West – we worden allemaal vanuit een rode pluchen zetel, bewust van ons broze en kwetsbare ichaam alsook van de beperktheid van hoe en wat wij ermee kunnen doen.
Meg Stuart detecteert die niet benoembare en nauwelijks in woorden te omschrijven trillingen die vibreren in en tussen mensen en poogt hiermee andere energieën los te werken die zij – in een op het eerste gezicht los stramien laat uitvoeren door haar performers/dansers. De inbreng en invloed op de voorstelling vanuit de mee-creërende dansers zijn en blijven van groot belang; dat getuigt het opzetten van allerlei bewust-zijn verbredende workshops die de periode van creatie als een groeps-proces begeleiden.

2.

De directeur van de “Biennale Danza 2018”, de Canadese choreografe Marie Chouinard selecteerde de fantastische voorstelling “Built to Last” (2012), die op 22 juni werd opgevoerd vlak na de ceremonie en uitreiking van de fel en begeerlijk blinkende gevleugelde Gouden Leeuw.
“Built to Last” is een wondermooi gelaagde voorstelling op het ritme van monumenten uit de muziekgeschiedenis – keurig met kunde en passie geselecteerd door musicoloog/pianist Alain Franco. Het decor bestaat uit een firmament van allerlei gekleurde bollen en andere geo-volumes die aan twee staven kruiselings soms door elkaar bewegen als in een kosmische roes. De nietigheid, de banaliteit en het absurde van het samen-leven van de mens spelen zich hieronder af, al dan niet onder een schitterend gesternte… De ‘dansante’ bewegingen in deze onthutsende voorstelling zijn als een index van de eigengereide manier waarop Meg Stuart stutterend, haperend, vloeiend, minimaal, falend en soms jubelend uitbundig, de dansers laat communiceren met het publiek in de zaal. De performers worden meermaals herleid tot marionetten – niet als stereotypen van de concrete wereld buiten de verduisterde theaterzaal – maar als oog-knipperende vreemdelingen ontdaan van alle conventies qua gedrag- en dresscodes. In een soort transparante container schuilen de performers soms dicht bij en tegen elkaar in hilarische uitrustingen, die steeds een dieper-dalende Beckettiaans ondertoon insinueren – waarbij het leven wordt opgevoerd als een stuntelige levens-tijd.
Het aspect humor drijft in “Built to Last” boven als een knalgele reddingsboei, waarbij de veelal dreigende en onheil voorspellende muziekfragmenten worden weggespoeld met (amper) één naar het publiek gerichte blik of met een sneer van vooral acteur Kristof Van Boven die met zijn verbale opmerkingen en onuitwisbare podium-presence, de ernst en pathos van de muziek én van de existentie als een normale zaak tussen het toekijkend volk katapulteert.
Hilarisch in Teatro alla Tese waren zijn korte Italiaanse intermezzi bij en naast citaten van beroemde componisten zoals Beethoven. “Citazioni” … fluisterde hij de Italianen toe en het publiek haalde welgevallig met een lach opnieuw diep adem tijdens een voorstelling waarin niet alleen monumenten van de muziek aan de basis liggen maar ook “citaten” uit de recente dans-geschiedenis zoals een wonderbaarlijke solo van dans-coryfee Yvonne Rainer’s “Trio in A” , uitgevoerd door Maria Scaroni !
“Built to Last” was in Venetië een perfecte keuze; niet zozeer omdat de Biënnale ook al een monument is maar omdat Meg Stuart met deze voorstelling erin slaagt het “monument” an sich op allerlei domeinen van kunst via dans, film en architectuur ter discussie te stellen op de cadans van de wetten van assimilatie, gewenning door de tijd en het proces van kunst naar “culture appropriation”.

3.

“Free Space” is het centrale thema van de Biënnale van Architectuur die zich afspeelt in de landen-paviljoenen van de Giardini, alsook in de fameuze schotten-loze Arsenale. Op zondagmiddag 22 juni organiseerde het Goethe Institut een fantastisch “moving panel” met ondermeer Meg Stuart en Damaged Goods medewerker en scenograaf Jozef Wouters.
Het thema “Free Space” in een soort nationaal-gekleurd reservaat met prachtige nationale paviljoenen is op zichzelf al een ferme tegenstelling ! Meg Stuart maakte dat al meteen duidelijk  via de keuze van 3 paviljoenen te bezoeken die achteraf een politieke keuze bleken.
Het selecte gezelschap bewoog zich van het Belgische naar het Zwitserse Paviljoen om uiteindelijk te belanden in en op “Island” – het hemels lege Britse paviljoen.
Wat is “vrije ruimte” binnen de gedachte aan de architectuur …? En hoe kan een choreograaf daarop inspelen en relevant worden. Het is een fundamentele vraag die niet zelden wordt gesteld bij actuele dans, die nog steeds binnen de kunsten wordt beladen met een elitair en wereldvreemd etiket.
Het schitterende Paviljoen van België – omgebouwd tot een Europees blauwe arena – beschouwde Meg als een plaats voor het bepalen en innemen van posities. De deelnemers van het “moving panel” zochten en vonden een plaats in deze arena: staand, liggend, gehurkt en … tegen de auditieve achtergrond van een schichtig langs de witte muren van het paviljoen “flardend” passeren van de Europese Hymne (Beethoven). Het werd een ijzersterke ervaring, hier stil te staan en de Europese hymne als een voorbijflitsend én allegorisch geluid te ervaren.
Die botsing leverde opwaaiend stof tot discussie op omtrent begrippen zoals vrijheid, macht en supra-politiek.
Het Zwitsers Paviljoen was eerder te beschouwen als een pop-up kunstingreep; de witte ruimtes werden straf verdeeld in een jojo op basis van schaal en verhoudingen. Van piepkleine witte kamertjes met kleine deurtjes, ramen etc … tot metershoge kamers met meters hoge deuren, ramen en keukens maakten van een wandeling door dit paviljoen een studie over de maat van de mens ten opzichte van de dingen (architectuur). In een transparante kamer met uitzicht op het reële, banale plafond (!) van het paviljoen evoceerde Meg Stuart een ‘talk’ over schaal alsook over de rol van de suppoost die ongekende vormen van inhoud en kennis opdoet door alleen al zijn langdurige aanwezigheid en de tijd die er is om te observeren.
Hierin ligt ook “een” kern van de artistieke productie van Meg Stuart; ze zoekt de grenzen op, ver voorbij het conventioneel vergaren van kennis. Zij is ervan overtuigd dat die hopen onontgonnen kennis de humus kunnen blijven om de wereld blijvend en anders uit te drukken !
Het Britse Paviljoen met de titel “Island” bleef helemaal leeg, zelfs in een ongeschilderde toestand. Meg Stuart riep het “moving panel” op te bewegen/ te dansen in deze prachtige lege zalen die het toppunt vormen van de white cube wereld-neutrale expo-condities.
Langs het paviljoen liep een trap langs stellingen tot op de hoogte van het dak, waar rond een hemels piazza werd gebouwd. Deze uitkijkpost gaf niet alleen een hemels panorama op de Laguna maar ook op de omringende paviljoenen van ondermeer Duitsland en Frankrijk.
Meg Stuart liep naar beneden en performde voor de ogen van het publiek op dat hoge balkon –  in de onderliggende vrije groene ruimte als een a priori niet toegankelijk stukje exotisch natuur-decor.
Met deze blitz-perfo wist Meg Stuart opnieuw de verhoudingen om te draaien – wij keken naar haar als arenden op een machtig hoog architecturaal platform, zodat de macht en kracht van de architectuur manifest-lijfelijk werd “aangevoeld”.

4.

Een “moving panel” is wellicht hét publieks-format voor de toekomst, waarmee de kunstenaar het toeval en de magische momenten van het ogen-blik kan aanwenden en aansturen tot diep inter-zintuiglijke ervaringen, die bij de deelnemers blijvend zijn en mentale veranderingen kunnen teweegbrengen.
En ja, over politiek gesproken … Meg Stuart koos voor het Belgische Paviljoen met Brussel als Europees zenuw-centrum; Zwitserland als schoolvoorbeeld van politieke neutraliteit en het lege Britse paviljoen, van een land in volle Brexit!
De kunst kan de wereld niet redden; de kunst kan wel een nieuwe taal ontwikkelen die de oude wereld op losse schroeven zet. Net zoals het bonte gezelschap – afgebeeld op de fresco van Giovanni Tiepolo uit 1791 in het Ca’ Rezzonico aan de Canale Grande in Venetië – toekijkt naar een panopticum en op die manier een historische grens markeert tussen het verleden en de “Mondo Novo”. Een nieuwe tijd waar het ‘neutraal decoratieve’ plaats maakte voor een nieuwe “machine” van/voor verontrustende illusies, absurde dromen en wankelende verwonderingen.
Meg Stuart en Damaged Goods staan ook spreekwoordelijk met de rug naar de gangbare wereld en laten ons als publiek – net zoals in de schitterende “Mondo Novo” fresco van Tiepolo – actief mee-kijken naar andere ongekende, vrije en in “beelden” geconverteerde, ongerijmde mogelijkheden.

Meg Stuart:
“We have the urge to continue reinventing ourselves. We have to move forward. Many things are designed to break after a short time. There is also the sense of an approaching end. Everyone is preparing for it. It is sad, but that’s the way it is”.

Luk Lambrecht

De biënnale Architectuur in Venetië loopt nog tot 25 november 2018
De voortelling “Built to Last” staar in Kaaitheater, Brussel op op 19 & 20 jan. 2019

bronnen:
Damaged Goods / boek “Biennale Danza 2018”
met dank aan Pieter T’Jonck

Be the first to comment

Leave a Reply

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*