Magritte, Broodthaers en de hedendaagse kunst

Magritte &Broodthaers, © Maria Gilissen

een expo als één package

 

tot 18.02.2018

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel

inleidend

Het blijft een waagstuk vanjewelste; twee op én top Belgische kunstenaars associëren met de invloed van de actuele kunst, blijft een erg subjectieve vorm van beoordeling en dito artistieke inlijving. Uiteraard bestaat er nog een hele kloof tussen het als haast “cultureel erfgoed” verworden oeuvre van René Magritte en de alsnog moeilijk verteerbare kunstproductie van Marcel Broodthaers.

Marcel Broodthaers werk dient zich aan als een heerlijk complex, poëtisch en kunst-institutioneel spel aangaande “dat” nooit te definiëren begrip kunst. Hij doet dat met finesses vanaf het begin van de jaren zestig met de pop art en alle stromingen, stijlen en strategieën rond de kunst ter verleiding van de gunst van het publiek en méér bepaald van diegenen in musea en galeries die symbolisch en financieel sluis-wachtend selecteren, wie mag of niet kan meedingen in “de roulette” die de kunst en haar bedrijvigheid kenmerkt.

In die zin is het een wat ongemakkelijke tentoonstelling geworden in Brussel, omdat de visuele kracht van Magritte niet strookt met de het complexe kluwen dat Marcel Broodthaers spinde via zijn meesterlijke introducties/constructies van de enorme maar meer en meer vervagende erfenissen van de kunst en literatuur van vooral uit de 19 e eeuw.

Marcel Broodthaers is op een aantal iconische kunstwerken zoals de “mosselpot” en ander werk dat gebruik maakt van typisch Belgische ingrediënten zoals mosselen, eieren, frieten en steenkool, een kunstenaar die met zijn kunst aan het grote publiek voorbijgaat.

Het majestueuze oeuvre van Marcel Broodthaers blijft echter na meer dan 40 jaar na zijn overlijden nog steeds zeer actueel zowel op het vlak qua nadenkendheid over media zoals literatuur en film in de productie van kunst als op het vlak van het doorprikken van de begrippen zoals anti-kunst, anti-musea en zelfs musea voor hedendaagse kunst an sich. Hiervan getuigde zijn driedelig concept op Documenta 5 (1972) in Kassel rondom het definitief afsluiten van zijn 12-delig project “Musée d’Art Moderne, Département des Aigles”; een museum dat hij voor het eerst in zijn huis in Brussel opstartte in het najaar 1968. Op een krachtige manier duidde hij op het stilaan vervellen van de autonomie van de kunstenaar ten gunste van de macht van de curator, diverse belangen en commercie.

Het blijft vandaag de dag opmerkelijk en paradoxaal hoe sterk de invloeden van Magritte en Broodthaers blijven nagalmen bij studenten en jonge kunstenaars. De reden schuilt in de doordachte essenties van beide kunstenaars die heel diep ingingen op de gewenningen, gewoontes en vanzelfsprekendheden waarmee de taal de wereld en haar dingen een naam geeft of m.a.w. de de taal de wereld nuance-loos benoemt…

Het wordt hoogtijd dat de artistieke productie van Marcel Broodthaers op een “andere” en niet-belerende manier wordt ontsloten; in de nabije toekomst kan dat via de opening in januari 2018 van het Marcel Broodthaers-kabinet in S.M.A.K. in Gent alsook in een nieuwe expo in het M hka in Antwerpen.

De tentoonstelling

Eerlijk gezegd, de tentoonstelling in Brussel begint erg mooi, ruim en toont topstukken van beide kunstenaars.

Een eind buiten de expo-zalen wordt het publiek al letterlijk als een soort « L’entrée de l’exposition », meegevoerd via een sculptuur van Yola Minatchy. Zij verwijst met dit werk naar Broodthaers die ook in zijn oeuvre refereerde aan wassen beelden. Yola Minatchy voerde de figuren Magritte, Broodthaers én Maria Gilissen uit in was die zij plaats liet nemen in een bleekblauwe Fiat 500.

De expo opent met het allerlaatste werk van Magritte “Het onbeschreven blad” uit 1967; het is een typisch motief-schraal schilderij in een vlak-desolate sfeer waarbij dit passend citaat van het gebolhoede burger-mannetje Magritte heel mooi en onvatbaar het mysterie omschrijft:

“Ik hou er ook van om bladeren te zien die de maan verbergen, maar als we er zouden zien achter de maan, zou het leven eindelijk zin hebben”.

De expo leidt naar schilderijen waarin de dialectiek tussen beeld en taal (via titels) de interpretatie-drang van de toeschouwer ontregelt en laat haperen in een bodemloos landschap van ongerijmde woorden en daaruit vloeiende gedachten.

De “figuur” Stéphane Mallarmé (1842-1898) is een kunstenaar wiens denken en artistiek doen als lijm kan worden beschouwd in de productie van Magritte en Broodthaers. Broodthaers kreeg ooit van Magritte een exemplaar van Mallarme”s “Un coup de dés jamais n’abolira le hasard”. Een cruciaal cadeau dat Broodthaers zelfs verwerkte tot een minimale versie waarin de oorspronkelijke lay-out van het boekje werd behouden, weliswaar met het in zwart doorstrepen van de zinnen en het bijgevolg onleesbaar maken van de taal en (aldus) haar inhoud.

Eén van de eerste plastische kunstwerken van groot belang voor Broodthaers bestond erin om in 1964 zijn onverkochte dichtbundels “Pense-Bête” compact dicht te maken met gips. Op die wijze verzegelde Broodthaers alle leesbaarheid van zijn poëziebundels in één object dat meteen wel aandacht kreeg en als een kunstwerk werd verkocht. Spijtig dat dit werk, dat zich in de collectie van S.M.A.K. Gent bevindt – wegens restauratie op de expo in Brussel niet aanwezig is.

Schitterend op de expo is de presentatie van wellicht één van de meest belangrijke werken van M.B., met name “Le Corbeau et le Renard” (1967) gebaseerd op de fabel van Jean de la Fontaine waarin Broodthaers “het multidisciplinaire” in zijn werk bracht en waarbij taal en object verder in het domein van de film werden uit-gebreid.

De expo dobbert vervolgens als een indrukwekkende suite verder met top-stukken zoals “Woordbreuk der beelden” (1929) – het eerste schilderij van ontelbare versies en tekeningen gebaseerd op de pijp waarop Broodthaers ook zo vele malen varieerde via en ondermeer plastieken, industriële gedichten en films waarin de rook van een pijp langsheen het hoofd van de kunstenaar zelfs in associatie werd gebracht met de rook van een “producerende” fabriek.

Het verdampen van betekenis komt meermaals voor in de schilderijen van Magritte waarin hij perfect de suggestie van afwezigheid in de verf kon duwen en dat deed Broodthaers ook op een schitterende manier zoals in de film “La Pluie ( Projet pour un texte)” uit 1969. Hierin zien we de kunstenaar in zijn tuin een (onleesbare…) tekst schrijven met inkt, onder een met een gieter gesimuleerde gietende regen…

De eerste zalen van de expo in het KMSK zijn een waar festijn voor oog en geest en geven heel goed weer hoe beide kunstenaars taal en beeld in en via hun eigenzinnigheden omdraaien, kidnappen, transformeren en tenslotte nieuwe kunst genereren die besluiteloze poëzie wordt.

Over alle werken en de mogelijke inhoudelijke en esthetische affiniteiten is het haast onmogelijk om er hier dieper op in te gaan.

De gratis ter beschikking gestelde publiek-brochure brengt soelaas en geeft op een schematische en lees-vriendelijke manier het nodige houvast én navigatie om deze expo verder op een aangename en leerzame manier te exploreren.

De verhouding tussen de artistieke erfenis van René Magritte op jongere generaties blijft in deze expo problematisch. Uiteraard waren de inmiddels in de kunstgeschiedenis bijgezette Amerikaanse kunstenaars zoals wijlen Robert Rauchenberg, Jasper Johns en Ed Ruscha – die allen (vooral) de “woord-schilderijen” van Magritte in 1954 leerden kennen via de Sidney Janis Gallery in New York – onder de indruk van deze confronterende werken. Naast deze iconen is wellicht het werk van Belg Leo Copers hier nog het beste op zijn ‘plaats’. Hij toont een bolhoed met erin gedraaid een gloeilamp alsook een zeer fraaie film waarin hij net zoals Magritte met verf op doek instrumenten in lichterlaaie zet; net zoals Copers ooit de Noordzee liet branden.

Ander werk van ondermeer Keith Haring, César of Sean Landers lijken mij eerder plastische toevalligheden.

Maar, om de woord-schilderijen van Magritte nu al te dicht in de buurt te brengen van de artistieke productie van kunstenaars zoals On Kawara en Joseph Kosuth (beiden met werk op de expo) blijft erg hypothetisch omdat nu éénmaal iedereen (inclusief kunstcritici) worden beïnvloed door allerlei “omgevingen”.

Bij wijze van … : is een beroemd schilderij zoals “Persoonlijke Waarden” (1942) van René Magritte, een compositie met erg uitvergrootte objecten in een kamer zoals een kam, een glas en een stuk zeep – de “aansteker” van de latere pop-art…? Ik zou het ten zeerste betwijfelen.

Extra: Marcel Lecomte

Belangrijk is ook de kleine bijkomende tentoonstelling rond het werk van Marcel Lecomte, die een tijdlang medewerker was van het Museum in Brussel en die een heel nauwe band onderhield met Magritte en zijn zotte, surrealistische entourage. Marcel Lecomte (1900-1966) was literair getalenteerd en behoorde oa met Paul Nougé tot de intieme cirkel van Magritte als leverancier van de vele formidabele titels van de schilderijen van Magritte. Het was alsof Lecomte en de andere vrienden van Magritte de Meester hielpen in mise-en-scènes die Magrittes wereld als het ware ‘tot leven’ riepen.

Hij was meermaals poserend figurant in beklijvende surreële foto’s van Magritte.

In de jaren zestig was het de jonge Maria Gilissen, partner van Marcel Broodthaers die de relatie tussen Magritte en Broodthaers via foto en kortfilm zou vastleggen als een beklijvende en soms aandoenlijke getuigenis van de kunst (toen) die als een sneeuwbal verder blijft rollen en de inhoud en betekenis van de kunst uitrolt naar de toekomst !

Deze expo is zeer zeker de moeite waard; nooit eerder werden in ons land zo vele werken van belang van Magritte en Broodthaers bij “elkaar” gebracht én dat deze ‘samenscholing’ heilzaam is voor ons actueel en van alle virtuele kanten belaagd vermogen te denken is een waarheid als visjes in het water.

“Bij Magritte is er die tegenstelling tussen het geschilderde woord en het geschilderde object, een ondermijning van het taalteken en het geschilderde, met een inkrimping van het ‘begrip’ subject”.

M.B., in ‘Catalogue/Catalogus’ (Brussel, 1974)

Luk Lambrecht

Be the first to comment

Leave a Reply

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*