Christoph Büchel en Michael E. Smith in S.M.A.K

 

Een museum als een publieke plaats voor dialectische visies op actuele kunst.

Over: 2 beklijvende tentoonstellingen Van Christoph Büchel en Michael E. Smith in S.M.A.K. in Gent.

S.M.A.K. in Gent weet met precieze tegenstellingen in het gevoerde beleid, het museum an sich als een spitant massamedia in te zetten waarbij de kunst pluriforme verhoudingen aangaat met publieken en tegelijk het museum als openbaar platform/instituut onder druk zet en fundamenteel bevraagt.

Het is merkwaardig en uitzonderlijk dat een museum tijdens één zelfde periode en onder één dak het aandurft een expo te realiseren met Christoph Büchel en pal ernaast één van de jonge Amerikaan Michael E. Smith.

Deze gang van zaken getuigt van een dubbele onbevangen museale kijk op de dingen.

Is de kunst vandaag zichtbaar “inzetbaar” als een vrije vorm van expressie die publieken confronteert met achterliggende mechanismen die een scheef getrokken wereld zonder veel omwegen en via populistische tendensen als normaal beschouwt ?

Kan kunst een ferm scheef getrokken wereld via de presentatie van een reeks sterke en tot verbeelding én het bewustzijn sprekende “beelden” een stukje counteren?

Of is alles in de kunst “tevergeefs” en houdt de onverschilligheid zich schuil in dat soort mercantiele kunst die zich kenmerkt door afzijdigheid, holle en waardevrije esthetiek en/of de tijd beschouwt,en laat lopen als een lineair nutteloos verdrijven van punctueel verdwijnende inhoudsloze tijd, zonder meer ?

Anderzijds bewijst het museum in Gent haar rol te blijven spelen in research en onderzoek naar de condities die het “tonen van kunst” bepalen en richtingen helpen geven.

Je kan stellen dat vandaag in S.M.A.K. “les extrêmes se touchent”; maar dan op een manier waarbij de notie “museum” een invulling teweegbrengt die garant staat voor een visie waarbij de kunst in al haar extreme manieren van uitdrukking haar onderzoekende relevantie niet verliest.

Waarbij “nadenkendheid” zich tegelijk kan afspelen op het vlak van het “wereldlijke” als op ‘de baan en de laan’ van het blijvend zoeken naar wat een tentoonstelling vandaag kan betekenen met én in al haar (inmiddels historisch verworven) voorwaarden in de context van een op beleving en instant-ervaring hollende “moderne” bezoeker van bijvoorbeeld een museum.

Er is al heel wat geschreven over de expo “Verlust der Mitte”, verwijzend naar een schilderij uit 1958 van Asger Jorn – van Christoph Büchel die de vaste collectie van museum S.M.A.K. mengt met een slaapzaal voor vluchtelingen/residenten in een streven naar publieke provocatie in perspectief om de publieke discussie op gang te krijgen en te brengen. Mensen krijg je niet meer op straat, laat staan “uit hun kot”; dus probeert Christoph Büchel de publieke opinie te prikkelen via het museum.

Het is merkwaardig dat een museum vandaag een vrije expo “rond” de ex-kolonie Congo organiseert waarbij de directe betrokkenheid van bedrijven helemaal niet wordt geweerd met naam en toenaam én dat de reguliere pers daar niet eens op één of andere manier over bericht. Het is bevreemdend vast te stellen dat rechtste en extreem-rechtse partijen – al dan niet uit de stad Gent – zoals de NV-A en Vlaams Belang eveneens een publiek reactie-zwijgen handhaven. Duidt dit op een bewuste strategie om kritiek, uitgedrukt in een openbaar museum én aldus publiek forum te negeren omdat er vanuit de positie van een museum intellectueel en onttoverend weerwerk kan worden verwacht over de vele clichés en vooroordelen die circuleren over de aangekaarte thema’s?

De zalen waarin Christoph Büchel zich met de vaste collectie en/met haar iconen verhoudt tot de vluchtelingen-crisis én (ernaast op een formeel maniakale manier) zich inlaat met de koloniale nasleep van ons economisch exploiteren van onze ex-grondstof-rijke kolonies, stemt (ontegensprekelijk) tot diep en ethisch nadenken.

Büchel stelde de zalen samen waarbij de directe ervaring het haalt op de niet-ervaring. Het ronddolen en dwalen in deze zalen is an sich al een methode bij het interpreteren.

De mise-en-scènes zijn en vormen het denken zelf; de confrontatie van kunst en context weet de bezoeker letterlijk en figuurlijk tegen een muur te zetten. Standpunten en zienswijzen kunnen hier niet worden verstopt. De zalen van Büchel verhouden zich tot analyses doorheen de op het eerste gezicht spectaculair geënsceneerde zalen die op slag het kritisch denken stimuleren tot vaststellingen in de ene of andere (ideologische) richting.

Een voyeuristisch Congo-dorp met alles erop en eraan wordt ingezet als een decor voor een soort commerciële jaarbeurs, toen dat in de jaren zeventig ook volop de mode was om in elk dorp een commerciële beurs te houden waarin de plaatselijke zelfstandigen hun koopwaar op een kooplustige manier “tentoonstelden” voor het langzaam en veelal massaal aanschuivende lokale publiek…

De zalen van Christoph Büchel blijven na-zinderen als krachtige totaal-na-beelden die als denk-beelden overblijven; die op een gebalde visuele manier brandend actuele problematieken in de geesten kerven, op de schors van een geschonden collectief geheugen.

De expo van de Amerikaan Michael E. Smith is een zware oefening geworden over het materiële statuut van het museum. Met zeer minimale én efficiënte ingrepen zoals het verwijderen van de handvaten van niet-transparante glazen deuren (die later dienen voor de expo van Gerhard Richter) in en tussen de a priori deur-loze zalen van S.M.A.K. weet de kunstenaar al een totale des-oriëntering te accentueren in het museumparcours.

De leegte van de zalen en het negeren/wegknippen van de artificiële belichting zijn kenmerken die de bezoekers terug-plooien in “vlaktes”. Hier en daar monteert Smith een rode laser die van op afstand straalt op bijvoorbeeld een versleten witte sofa of op een trui die heel ver en onbereikbaar tegen een muur is bevestigd.

Paarsgewijze abstracte objecten van koper dynamiseren een ruimte en/of aparte spreeuwen genereren in een montage een akelig logo dat doet denken aan een extreme politieke aanwezigheid.

Het strippen van de zalen ontdoet het museum van alle aura; de objecten erin blijven objecten die hoogstens opvallen door een perifere plaatsing of in die mate extreem zijn zoals 16000 hz ultrasoon geluid, dat een modale mens het geluid – dat er is – zelfs niet eens opmerkt/fysiek kan opmerken.

Ook deze expo van Michael E. Smith is zeer radicaal; ze is nauwelijks te beschrijven en vereist een fysieke rondgang.

Kunst kan “verschillen” teweeg brengen en uit de klauwen blijven van de vervlakkende nieuwe- en massamedia. Kunst kan politiek zijn in de authentieke betekenis van het woord en daarvan zijn nu krachtige voorbeelden te ervaren in S.M.A.K. in Gent.

Christoph Büchel nog tot 27 augustus en Michael E. Smith nog tot 1 oktober in S.M.A.K. in Gent.

Alle info via www.smak.be

Luk Lambrecht

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*



9 + 7 =