Mönchengladbach. Gerhard Richter “Grau & 180 Farben – für Johannes Cladders”

Gerhard Richter: 180 Farben, 1971 (ehemaliger Titel: Farbtafeln (9 Farben)) 301/1-20 Lack, Papier, Holzplatte 20-teilig, je 61 x 86 cm und GRAU, 1974 362-1 Öl auf Leinwand 102 x 96 cm Foto: Uwe Riedel

De mogelijkheden van de schilderkunst – kleur, feit, kadrering en spiegeling. Eén weergaloze zaal in Museum Abteiberg in Mönchengladbach !

Gerhard Richter (1932) blijft met zijn kunst permanent een crisis veroorzaken in het territorium van de perceptie van kunst. Hij weet op een meesterlijke manier de blik te desoriënteren via subtiele verschuivingen in het organiseren van kleur als kleur en kleur die inherent wordt en blijft aan een drager zodat de kleur een al dan niet ondoordringbare spiegel wordt voor de toeschouwer en de omringende ruimtelijke context.

Gerhard Richter verwijst de schilderkunst resoluut naar het domein van de materie zonder oog te verliezen voor het oproepen van subjectieve confrontaties die a priori leiden naar onzekerheid, ongemak, twijfel en het ervaren van schoonheid die op de honger drijft van een gebrek aan doeltreffende verbale vertaling.

De tentoonstelling “Grau & 180 Farben für Johannes Cladders” is een parel van een intieme tentoonstelling geworden die Gerhard Richter bedacht als een ruil voor het tijdelijk uitlenen van de monumentale reeks ”8 Graue Bilder” – een reeks die deze zomer uitzonderlijk te zien is op de belangrijke tentoonstelling van Gerhard Richter in Fondation Beyeler in het Zwitserse Basel.

De kern van deze puntgave tentoonstelling is het opnieuw presenteren van het werk “180 Farben”, een reeks van 20 panelen met telkens 9 keurig van elkaar gescheiden (identieke) kleurvlakken.

Deze reeks werd voor het eerst getoond in 1971 in “Kabinett für Aktuelle Kunst” in Bremerhaven en wordt nu in gerestaureerde versie gepresenteerd in het Abteimuseum.

Het is een werk dat in het verlengde ligt van de vele werken die Gerhard Richter vanaf 1966 produceerde op basis van commerciële kleurstalen als een soort radicaal én concreet antwoord op de toenmalige Amerikaanse Pop Art die een beeldtaal vond in de rekken van glinsterende consumptieproducten.

De “Farbtafeln” waren een van de reeksen waarmee Gerhard Richter een aanvang nam bij de “entkonkretisierung” van het (geschilderde) beeld ten voordele van een kijken dat “realiteit” blijft en de mogelijkheden tot individuele interpretaties op conto laat van de toeschouwer.

Gerhard Richter maakt het de toeschouwer niet gemakkelijk omdat hij tegelijk een uitgesproken stilzwijgen aanhoudt over intenties op basis van psychologische origines.

Gerhard Richter transfereert beeldtaal uit de wereld van de reproductie – op en via beelden die al een “second hand” afbeelding zijn/uitmaken van de wereld waarmee hij meteen imitatie van de werkelijkheid in zijn kunstproductie uitsluit.

In de “bewogen” figuratief aandoende zwart-wit schilderijen nam Gerhard Richter zijn toevlucht tot afbeeldingen uit de massamedia en maakte schilderijen als foto’s – verf-foto’s die eruit zagen al waren ze gefotografeerd door een amateur.

Het bewogen en wazige beeld werd meteen het artistiek credo van Gerhard Richter die alle vormen afwijst van een beeld als waarheid, geworteld in een diep wantrouwen in alle vormen van dogmatisch denken zoals in het geval van godsdiensten en ideologieën. Meteen wordt duidelijk dat Gerhard Richter als kunstenaar helemaal niet neutraal is maar juist kunst maakt die bewust maakt van de macht van alle opgelegde formats in “conditionerend” individueel en collectief denken.

Gerhard Richter duwt de toeschouwer via zijn werk in een “blinde spiegel”, kijkend/terugblikkend naar zijn eigen verantwoordelijkheid waarmee meteen ook alle moraliserende kantjes worden ontzien waaraan een kunstwerk soms en in het perspectief van veilig “houvast” vandaag moet voldoen.

Gerhard Richter flirt met de grenzen van de zogenaamde “nulgraad” van de schilderkunst waarmee hij de expressieve kwaliteit van de kleur afschaft ten voordele van het etaleren van de esthetische, niet op innerlijke waarden gebaseerde kwaliteit van de kleur die Gerhard Richter aanbrengt op een quasi mechanische, non-persoonlijke manier op een drager.

De “180 Farben” hangen in Abteiberg puntgaaf en frontaal tegen de muur in drie rijen, links ernaast monteerde Gerhard Richter de monumentale “Mirror” uit 2002 waarin de “180 Farben” in een heerlijk vervormd perspectief de diepte van de perceptuele illusie induiken.

En dan begint het subtiele spel dat Meester Gerhard Richter speelt met het onderling bij elkaar brengen van “zijn” index” van de schilderkunst – letterlijk en figuurlijk tast hij met overwegend werk uit de jaren zeventig het schilderij als beeld af. Hij laat zien hoe en waar de aanbreng van de verf de conditie van het schilderij verandert in “mogelijkheden” van het visueel ervaren subtiele nuances.

Naast de monumentale “Mirror” hangen drie relatief kleine werken waarin Gerhard Richter de kwaliteit van de kleur laat afhangen van de plaats waar de kleur werd aangebracht op de drager.

“GRAU”, 1974 is een vroege editie van Museum Abteiberg: het is een klein eenvoudig lijstje waarin de klemmen zichtbaar zijn die het glas aan het paneel vasthouden. Op dàt glas schilderde Richter een laag grijze olieverf waarin de verfstreken op de ondoordringbare glas-drager de verf in al haar materie laat “zijn”. Ernaast “GRAUER SPIEGEL” , 1992 is een werkje waarin een grijs pigment “in” het glas aan de achterkant van het glas werd gebakken – op die manier is de kleur “industrieel” één met de drager en wordt die drager (glas én kleur) een heuse spiegel waarbij de kleur zich vermengt met de efemere spiegelbeelden. Het derde werkje “GRAU”,1973 is een gewoon grijs schilderij op canvas;een traditioneel doek waarbij de grijze verf de diepe intentie van Gerhard Richter be-tekent in het uit-schilderen van inhoudelijke onverschilligheid.

Deze drie werken verlenen een exacte momenten waarop de kleur het beeld wordt dat het individu zich eigen maakt. Dit is schilderkunst zonder afleiding, zonder referentie: objectief, neutraal en anoniem !

Vanuit een “ex negativo” genereert Gerhard Richter nieuwe, vernieuwende “ziens-wijzen” die het kijken naar kleur in een andere dimensie plaatsen: met name het kijken als een concrete en autonome bezigheid.

Aan de tegenoverliggende muur presenteert Gerhard Richter twee doeken “GRAU”, 1974 en “GRAU”, 1973 waarin hij de textuur van het schilderen visualiseert, waarbij juist de aanbreng van de verf resulteert in een vaststelling van een all-over identieke “behandeling”.

Opnieuw laat de kunstenaar ons denken over de mechanische uitvoering qua motivatie van schilderen – ver weg van bravoure en virtuositeit. Met rollen, rakels en spatels weet Gerhard Richter zijn picturale oppervlaktes te betekenen met een structuur van verf dat “egaal” is en blijft, zelfs in gedachten ver buiten de begrenzing van het doek.

Tegenover de reeks “180 Farben” is het wemelende schilderij “1025 Farben”, 1974 te zien, waarin maar liefst 1025 kleurtjes op canvas een straf patchwork vormen die voor velen zal verwijzen naar het magnifieke fonkelende brandglas-raam dat Gerhard Richter in 2007 realiseerde in de machtige Dom van zijn stad Keulen. Gebaseerd op gemanipuleerd toeval vertonen de kleur-vlakjes toch onderling een soort van rust en ongedwongen harmonie. Pal naast dit “kleur-drukke” werk presenteert Gerhard Richter “GRAUER SPIEGEL”, 1991 dat materieel bestaat uit met grijze pigmenten geëmailleerd glas waar rond een zwarte lijst werd gemonteerd als een raam op een peilloze diepte die helemaal geen wereld maar opnieuw de toeschouwer zelf mét zichzelf en omgeving spiegelt.

De cirkel is hier rond en bewijst hoe Gerhard Richter met kleur en “grijs” de schilderkunst ontvouwt én onttrekt aan haar illusies in vorm en inhoud.

In één kleine museumzaal weet Gerhard Richter de bezoeker urenlang esthetisch plezier te verschaffen zonder einde en zonder een begin van begrijpen.

De betekenis zit tussen de werken en bij de talloze associaties die een toeschouwer bij dit ongrijpbaar mooie werk kan maken, bedenken en vooral bij zichzelf “in-denken”.

Als slot graag een citaat van Gerhard Richter zelf over het belang van grijs als kleur in zijn meer dan actuele en indrukwekkende oeuvre: “When i first painted a number of canvases grey all over, I did so because I did not know what to paint, or what there might be to paint: so wretched a start could lead to nothing meaningful. As time went on, however, I observed differences of quality among the grey surfaces – and also that these betrayed nothing of the destructive motivation that lay behind them. The Pictures began to teach me. By generalizing a personal dilemma, they resolved it”. (uit een brief aan Edy de Wilde, 1975)

Luk Lambrecht

De tentoonstelling Gerhard Richter “Grau & 180 Farben – für Johannes Cladders” loopt nog tot
7 september in Museum Abteiberg in Mönchengladbach.

www.museum-abteiberg.de

Be the first to comment

Leave a Reply

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée.


*